Item toegevoegd aan winkelwagentje!!

Naar winkelwagentje


Volgende concert


zaterdag 22 augustus 2026
Hendrik Ido Ambacht
De Open Hof
20.00 uur


Bergsingelkerk » Kerk


Geschiedenis van de kerk


Bouw en ingebruikneming van het kerkgebouw

Wie in de jaren 1914/15 door de nieuwe woonwijk ten noorden van de Bergweg wandelde, zal ongetwijfeld nieuwsgierig hebben gekeken naar het kerkgebouw dat op de hoek van de Bergsingel en de Bergselaan verrees. De bouw van een nieuwe gereformeerde kerk was hard nodig. Steeds meer gezinnen vestigden zich in het Nieuwe Noorden, het huidige Liskwartier, en de Nieuwe Noorderkerk aan de Snellemanstraat in het Oude Noorden bood niet langer voldoende ruimte om ook de gemeenteleden uit deze groeiende wijk een plaats te geven.

 

In 1913 kreeg de Amsterdamse architect Tjeerd Kuipers (1857-1942) van de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk de opdracht een fraai ontwerp voor de nieuwe kerk te maken. Kuipers had in ruim twintig jaar grote bekendheid verworven als kerkenbouwer. Ook in Rotterdam had hij zijn sporen al nagelaten. Hij ontwierp er de Nieuwe Westerkerk aan de Ammanstraat in de binnenstad (1889/90) en de kerk aan de Boergoensevliet op Charlois (1910). Het ontwerp voor de kerk aan de Bergsingel kwam gereed, maar zou helaas niet in zijn oorspronkelijke vorm worden uitgevoerd. In het najaar van 1913 werden de kerkenraad en de Commissie van Beheer namelijk vrij onverwacht geconfronteerd met de bouw van nóg een kerkgebouw. De aanleiding daarvoor was bijzonder. De gebroeders Bos, houthandelaren, lieten weten dat zij een terrein aan de Westzeedijk én een bedrag van fl 50.000,- aan de Gereformeerde Kerk van Rotterdam wilden schenken. De schenking was bestemd voor de bouw van een kerk. Na rijp beraad besloot de kerkenraad het aanbod te aanvaarden en kreeg Tjeerd Kuipers de opdracht ook dit tweede kerkgebouw te ontwerpen. Deze kerk, de Nieuwe Zuiderkerk, zou uiteindelijk Kuipers' belangrijkste schepping worden. Daarmee stond de kerkenraad in dat ene jaar plotseling voor de bekostiging van twee kerkgebouwen. Voor de bouw van de Nieuwe Zuiderkerk moest zij zelf namelijk nog fl 65.000,- op tafel leggen. Daarom werd besloten te bezuinigen op de bouwkosten van de kerk aan de Bergsingel. Het oorspronkelijke ontwerp van Kuipers zou in vereenvoudigde vorm worden uitgevoerd.

 

Op 23 januari 1914 werd de bouwvergunning door B&W verstrekt. De bouw werd gegund aan aannemer A. Witzand en Zn. te Utrecht. Voor een bedrag van fl 73.650,- wist deze firma het kerkgebouw in slechts een jaar tijd neer te zetten. Op dinsdag 2 juni 1914 legde ds. J.H. Landwehr de eerste steen. De nieuwe kerk kreeg de naam BERGSINGELKERK. Tijdens het bouwjaar ontving men verschillende giften. Daaronder bevond zich een schenking van fl 10.000,- van een goed gesitueerd gemeentelid. Andere giften waren een zilveren avondmaalsstel en een doopvont, evenals een marmeren gedenksteen in de vestibule. Daarin werd de volgende bijbeltekst gebeiteld: "Welgelukzalig is het volk dat het geklank ken" (Psalm 89: 16a).

 

Op 8 april 1915 was het zover: de Bergsingelkerk werd plechtig in gebruik genomen. De belangstelling was groot en de kerk was tot op de laatste plaats bezet. Onder de genodigden bevonden zich burgemeester Zimmerman en de wethouders De Jong en Van der Molen. De dienst werd geleid door ds. J.H. Landwehr. Hij koos als tekst Efeze 2:20-22: "Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste hoeksteen, op Welke het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Heere, op Welke ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest" (Statenvertaling). Ds. Landwehr sprak daarbij de wens uit dat in dit kerkgebouw "velen mochten worden gebouwd op den levenden Hoeksteen".

 

Het exterieur

Zoals veel kerken die Kuipers in ons land ontwierp, maakt ook de Bergsingelkerk indruk door haar forse contouren. De kerk heeft de grondvorm van een kruiskerk, maar laat zich niet eenvoudig onderbrengen in één bepaalde stijl. Dat past bij Kuipers, voor wie het niet vanzelfsprekend was om zich aan één vaste vorm van kerkbouw te houden. Het meest in het oog springende onderdeel van het exterieur is zonder twijfel de voorgevel met de twee torens. In de grote toren was van gemeentewege een uurwerk geplaatst. Daarnaast was er ruimte gereserveerd voor enkele luidklokken. Voor de aanschaf daarvan ontbraken aanvankelijk echter de financiële middelen. In 1925 werd een eerste poging ondernomen om een luidklok te verkrijgen, maar deze liep op niets uit. Pas dertig jaar later kwam daar verandering in. Dankzij giften van enkele gemeenteleden konden in 1955 vier luidklokken in de grote toren worden gehangen in een gecombineerde luidstoel, voorzien van elektrische luidinrichtingen. De klokken waren gegoten bij de firma Van Bergen te Heiligerlee. De grootste klok weegt 420 kg, de tweede 250 kg, de derde 175 kg en de vierde 110 kg.

 

Het interieur

Wie de Bergsingelkerk binnenstapt, bevindt zich in een kerkruimte met de grondvorm van een kruis. In drie armen bevindt zich een galerij. Opvallend zijn de gebeeldhouwde kapitelen boven de pilaren en het fraaie houten gewelf dat de kerkruimte overkoepelt. In de as van de kerk, bij de kortste arm, bevindt zich het podium met de preekstoel. Deze preekstoel is uitgevoerd als een grote platformkansel met twee trappen en is gebouwd in een klanknis. Het podium wordt niet afgesloten door een doophek. Daardoor heeft men vanuit de kerk vrij zicht op de avondmaalstafel, het doopvont en de kandelaar met de paaskaars.

 

Tot 1977 stonden op het podium ook de banken voor de ouderlingen en diakenen. Op de plaats waar deze banken zich bevonden, zijn tegenwoordig een keuken en een bergruimte te vinden. Ter hoogte van de banken stonden vroeger hekken die werden bekroond door fraaie lampen. Op een van deze hekken bevond zich de lezenaar van de voorlezer.

 

Bijzonder is ook het doopvont. Dit is afkomstig uit de in 1968 gesloten Nieuwe Zuiderkerk aan de Westzeedijk. De zware sokkel is gemaakt van Skyros marmer en voorzien van beeldhouwwerk in de vorm van gestileerde ossen karyatiden. De os is het symbool van de profeten en heilige martelaren. Het zilveren doopbekken is vervaardigd in de kunstwerkplaats van Eisenloeffel. Het deksel wordt bekroond door een duif en is voorzien van in emaille aangebrachte symbolen van geloof, hoop en liefde.

 

Ook de verlichting vertelt iets over de geschiedenis van het gebouw. Oorspronkelijk werd de kerkruimte verlicht door gaslampen. Deze bevonden zich in de nog altijd aanwezige kronen van kunstsmeedwerk. In 1920 maakte de gasverlichting plaats voor elektrische verlichting.

 

Wie goed kijkt, ontdekt in de hal van de kerk nog een bijzonder historisch detail. Vrij onopvallend, boven de ingangsdeur, bevindt zich een tekstbord dat al bij de bouw van de kerk werd aangebracht. Dit bord is in 2018 gerestaureerd. Een jaar later, in 2019, werd de kerkzaal grondig verbouwd. Het podium werd uitgebreid tot ongeveer 100 m2 en de kerkbanken werden bekleed om het zitcomfort van de bezoekers te vergroten.

 

Rustpunt in rumoerige tijden

De geschiedenis van de Bergsingelkerk is nauw verbonden met die van Rotterdam. Dat werd vooral zichtbaar tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het kerkgebouw een niet onbelangrijke rol speelde. Tijdens het bombardement in de meidagen van 1940 bleef de Bergsingelkerk gespaard. In die onrustige dagen werd het gebouw een rustpunt voor Nederlandse soldaten die bij Rotterdam hadden gevochten. Zij konden er slapen en na de gevechten weer enigszins tot rust komen. Ook later in de oorlog bood de kerk bescherming. Tijdens de razzia in november 1944 vonden verschillende onderduikers een veilig onderkomen in de kap van het kerkgebouw. Tijdens de hongerwinter kreeg de kerk opnieuw een belangrijke functie: vanuit het gebouw werd voedsel verstrekt aan de hongerlijdende Rotterdamse bevolking. Onder leiding van dominee J.A. Tazelaar was de Noodcommissie ‘Hulp voor allen’ opgericht. Deze zetelde in de hongerwinter dagelijks in de kerk om voedsel te verstrekken aan zo’n 8000 personen. Het werk werd zo nu en dan belemmerd door de Sicherheitsdienst die tijdens de voedseluitdelingen invallen in de kerk deed. Ook na de oorlog bewees het gebouw zijn betekenis in tijden van nood. Toen in 1953 de watersnoodramp ons land teisterde, werd de Bergsingelkerk gebruikt als opslagplaats voor goederen ten behoeve van de geëvacueerden.

 

Restauratie en activiteiten

In 1977 onderging de Bergsingelkerk een verbouwing. Het aantal zitplaatsen werd verminderd en onder de galerij tegenover de kansel werd een zaal gemaakt. Ook werd het podium vergroot. Op de plaats waar voorheen de banken voor ouderlingen en diakenen stonden, werden een keuken en een berghok gecreëerd.

 

In de jaren negentig van de vorige eeuw brak een moeilijke periode aan. Het aantal kerkgangers was sterk teruggelopen en het gebouw kampte bovendien met veel achterstallig onderhoud. In 1999 werd besloten om de Bergsingelkerk te sluiten en te verkopen. Op de vrijgekomen plaats zou een woongebouw verrijzen met daaronder een kleine kerkzaal. Dat plan leidde tot veel weerstand. Niet alleen gemeenteleden kwamen in verzet, ook veel buurtbewoners wilden dat het beeldbepalende kerkgebouw behouden bleef. Nog in datzelfde jaar besloot het college van B&W van Rotterdam een procedure te starten om de Bergsingelkerk als gemeentelijk monument aan te wijzen. Op 5 mei 2000 werd de aanwijzing tot monument een feit. De kerkenraad besloot dat de Bergsingelkerk eigendom zou blijven van de Gereformeerde Kerk Rotterdam-Centrum. Daarmee was de kerk gered.

 

Het behoud van het gebouw betekende echter niet dat de problemen waren opgelost. De kerk moest dringend worden gerestaureerd en daarvoor was veel geld nodig. Een groot gedeelte van de restauratiekosten werd betaald door de gemeente Rotterdam. Ook een groot aantal fondsen bleek bereid financieel bij te dragen. Daarnaast werden in de wijken rond de Bergsingelkerk verschillende acties georganiseerd om geld in te zamelen. De buurtbewoners lieten zich daarbij niet onbetuigd. Uiteindelijk kwam het benodigde geld er en kon de restauratie beginnen. In 2006 werd de restauratie voltooid. Op 25 november van dat jaar werd het kerkgebouw door burgemeester Ivo Opstelten heropend.

 

Sindsdien heeft de Bergsingelkerk een functie die verder reikt dan alleen de zondagse erediensten. Op zaterdagmiddagen wordt er Open Huis gehouden voor buurtbewoners. Er zijn kunstenaarspodia waar dichters en musici optreden en er worden tentoonstellingen, bazaars en boekenmarkten georganiseerd. Iedere maandagavond kan men in de voorzaal terecht voor een warme maaltijd. Gedurende de hele week maken bovendien allerlei groepen gebruik van de verschillende ruimten in het gebouw, waaronder politieke partijen, verenigingen van eigenaren en bewonersorganisaties. Ook de kerkzaal zelf wordt intensief gebruikt. Dankzij de uitstekende akoestiek is deze geliefd bij koren en orkesten, die er hun repetities houden. Zo heeft de Bergsingelkerk zich in de loop van haar lange geschiedenis ontwikkeld van kerkgebouw voor een snelgroeiende Rotterdamse woonwijk tot een belangrijk ontmoetingscentrum voor de buurt.

 

Zie ook de website van de kerk: https://bergsingelkerk-bmvier.nl/