Nieuws
Recensie's CD "Dedication"
Geplaatst op: 10-02-2010
Onderstaand treft u de diverse recensie's aan die gepubliceerd zijn naar aanleiding van mijn nieuwe CD "Dedication".
Reformatorisch Dagblad, woensdag 3 februari 2010
Bijdrage: Dick Sanderman
Bij zijn 25-jarig organistenjubileum bracht Edwin Vooijs een cd uit met een veelzijdig programma. Als opnamelocatie koos hij de neogotische St.-Willibrordkerk aan de Utrechtse Minrebroederstraat. Daar staat een fraai Maarschalkerweerdorgel uit 1885, uitgebreid door Verschueren en gerestaureerd door Elbertse. Frans getinte muziek klinkt hier uitstekend. Vooijs opent dan ook met Messiaens ”Apparition de l’Église éternelle”, een visionair stuk.
Ritmisch houdt Vooijs zich niet aan de voorgeschreven notenwaarden: in het steeds terugkerende beginmotief speelt hij de achtste noot even lang als de kwartnoot.
Voor Buxtehude, Bach, Sorge en Rinck verwacht je een klassieker orgeltype, maar eerlijk gezegd klinkt Buxtehude hier niet eens zo gek. Een gouden greep is het ”Pièce Symphonique” uit het tweede deel van ”l’ Organiste” van Franck: dát is muziek die orgel én organist op het lijf geschreven lijkt. Mooi poëtisch klinkt de Berceuse van Vierne.
Op Facebook startte onlangs de groep ”If the Widor Toccata takes less than 6 minutes, you’re playing it too fast”. Met twee seconden resterend blijft Vooijs nét aan de goede kant van de streep, waarbij hoorbaar is dat het geen gemakkelijk stuk is. Hij heeft geen muziekvakopleiding genoten, hij lest sinds 1999 bij Cor Ardesch.
”Ik ben zwart doch liefelijk” van Dupré, ”Elegy” van Sumsion en ”Redemption” van Bossi zijn overzichtelijke stukken die Vooijs wel liggen. De Fanfare van Mathias wordt overtuigend neergezet: we missen alleen de Tuba. ”Creatio ex nihilis” is een interessante eigen compositie, waarin boeiende dingen gebeuren. Het zou de cd waarschijnlijk ten goede zijn gekomen als Vooijs meer van dit soort muziek en minder 18e-eeuwers had geprogrammeerd.
Dedication; Edwin Vooijs bespeelt het orgel van de St.-Willibrordkerk in Utrecht; WIPE productions (WPR990629); € 18,50; bestellen: edwinvooijs.com.
Nederlands Dagblad, vrijdag 8 januari 2010
Bijdragen: Marcel Zwitser en Roel Sikkema
Edwin Vooijs vierde dit jaar zijn 25-jarig jubileum als kerkorganist. Reden voor deze cd. Vooijs is leerling van de Dordtse organist Cor Ardesch, speelt veel in kerkdiensten en geeft ook regelmatig concerten, hoewel hij niet professioneel werkzaam is. Hij blijkt een goede muzikale smaak en technische ondergrond te hebben. Op het fraaie orgel van de Utrechtse Sint-Willibrord speelt hij een programma dat dit instrument op het lijf geschreven is. Alleen de overgang van Messiaen naar Buxtehude is wat merkwaardig, maar de intonatie van dit orgel – met een kern van Maarschalkerweerd en latere uitbreidingen van Verschueren en Elbertse – is dusdanig dat Buxtehude toch heel behoorlijk op dit instrument klinkt. Vooijs speelt een programma dat het horen meer dan waard is. Hij besluit met een eigen werk, ‘Creatio ex nihilo’, een interessant werk dat de schepping moet verbeelden. Er zijn veel aardige invallen te horen, maar het overtuigt toch niet op dezelfde manier als het werk van de grote meesters. Het orgel is wat indirect opgenomen, maar dat past wel bij deze muziek en bij de grote neogotische kerk met zijn lange nagalm.
Orgelnieuws.nl
Bijdrage: Gerben Mourik
Edwin Vooijs toog voor de opname van zijn nieuwste cd naar de Willibrordkerk te Utrecht. Daar staat een interessant orgel, in de kern van Maarschalkerweerd, maar met het meeste materiaal van Verschueren (1947). De opname is nogal direct, waardoor de fraaie akoestiek van de kerk pas bij het loslaten hoorbaar wordt. Als organist is Edwin verbonden aan de Bethelkerk en de Develhof te Zwijndrecht, orgellessen volgt hij sinds 1998 bij Cor Ardesch.
Vooijs gaat van start met de Apparition de l’Eglise éternelle van Messiaen. Ondanks Messiaens aanduiding legato (voor manuaal en pedaal) gaat de organist hier nogal eigenzinnig mee om; na lange notenwaarden wordt regelmatig de volgende maat als nieuwe zin gespeeld, waardoor de lange lijn verloren gaat (bijvoorbeeld in de maten 2 en 4). Zelfs voor het hoogtepunt (het C-groot akkoord, gespeeld met het tutti) wordt nog een 'komma' geplaatst. Daardoor wordt de doorgaande lijn afgebroken en de visie van de componist geen recht gedaan. Ook het terugregistreren waar de componist het sluiten van de zwelkast voorschrijft, kan ik niet helemaal begrijpen.
Beter bevielen mij de werken van Bossi (Redemption), Sumsion (Elegy) en Mathias (Fanfare). In deze werken is de organist goed op dreef, ook laat hij het orgel van zijn beste kant horen.
Qua klank kan het instrument ook werken van Buxtehude (Praeludium und Fuge in D-Dur) en Bach (Vater unser, BWV 737) goed aan. Wel is de uitvoering van vooral Buxtehude (in de fuga) nogal stijfjes qua agogiek. Wat dat betreft zijn de werken van Sorge (een interessante Fuge over B.A.C.H.) en Rinck (variaties over ‘Mache dich mein Geist bereit’) veel meer een kolfje naar Vooijs’ handen en voeten. Deze werken zet hij uit een stuk, trefzeker en muzikaal neer.
De keus voor het Pièce symfonique uit de tweede band L’Organiste van Franck, geredigeerd door Tournemire, is heel goed. Het werk hoor je niet vaak en is de moeite waard. De tongwerken van het Willibrordusorgel werken heel fraai mee, de organist weet hier een vrije (improvisatorische) uitvoering neer te zetten, waarbij vooral het mooie zwelkastgebruik opvalt.
‘De’ Toccata van Widor is een werk wat kennelijk niet kon ontbreken. Het werk stelt qua technische beheersing grote eisen aan de speler. Helaas laten de akkoordrepetities in de linkerhand qua regelmatigheid nogal te wensen over waardoor deze uitvoering niet zo stabiel overkomt.
De eigen compositie Creatio ex nihilo laat een overtuigende indruk achter; hier zijn organist, instrument en compositie werkelijk een geheel. Eigenlijk bekroop me bij het horen van dit werk de gedachte: had Edwin Vooijs nu maar meer gekozen voor eigen werk of voor een hele schijf gevuld met de Franssymfonische stijl die hem duidelijk erg goed ligt! Dan had ik minder hoofdbrekens gehad bij het recenseren van deze cd, en, mijn kleine kritische puntjes zouden waarschijnlijk geheel achterwege zijn gebleven!












